Er was een pienter jongetje van een jaar of 8 bij mij op bezoek, hij zag de bakfiets staan waar nog steeds de sticker van weleer op prijkt. Hij hield wel van sprookjes zei hij en vroeg hoe deze dan gaat? Hij nam geen genoegen met alleen de begin- en slotzin ‘Er was eens…’ en ‘ze leefden nog lang en gelukkig.’
Dus ik stak wat verder van wal:
Er was eens…
Een samen- winkel waar het niet ging om geld verdienen maar om gezonde boodschappen zodat de mensen minder ziek zouden worden. Ze verkochten er alles wat je ook in de supermarkt vindt. De boeren, die samen met de klanten eigenaar van de winkel waren, zorgden voor overvolle schappen met lekkere boodschappen. Alles wat je er kon kopen was zonder kunstmest en zonder chemisch gif gemaakt. Want als je dat wel gebruikt gaat de natuur dood en wordt de omgeving erg vies. Dus dat wilden ze natuurlijk niet. Ze moesten daarom wel wat meer moeite doen om die lekker boodschappen te maken. Maar dat deden ze met liefde en plezier voor de mensen en de natuur.
Er was alleen één heel groot probleem. De boodschappen waren daardoor veel te duur voor de meeste mensen.
Er waren, gelukkig voor de meeste mensen, in de andere winkels (waar het er wel om ging om veel geld te verdienen) ook goedkope boodschappen te koop. Die werden in fabrieken gemaakt. Jammer genoeg vervuilde die fabrieken ook wel weer de omgeving. Maar de mensen hadden in elk geval iets te eten in hun boodschappenkarretje.
Met veel vet, suiker en zout was alles heel lekker gemaakt. Ze deden er in de fabrieken maar heel weinig soorten granen en groenten in. En die waren wél met kunstmest en chemisch gif gegroeid. Zo was het heel makkelijk om te maken en kon alles lekker goedkoop blijven.
De bazen van de fabrieken vertelden niet dat het niet zo gezond was om er veel van te eten. Ze vertelden alleen hoe handig het was om met de pakjes en zakjes te koken. De mensen werden steeds dikker en ongezonder en begrepen dus niet zo goed waardoor dat kwam.
Ongemerkt verwoesten de mensen met hun boodschappen niet alleen hun eigen gezondheid maar ook die van de natuur. Ze vervuilden, zonder dat ze het doorhadden, de omgeving steeds meer en meer.
Het was bovendien ook nog eens heel duur om alles weer te herstellen. Er waren veel dokters en verplegers nodig die probeerde om de zieke mensen weer beter te maken. De bodem en de rivieren waren zo vies geworden dat alleen met hele dure installaties alles weer schoongemaakt kon worden en er weer bomen, planten en dieren gezond konden leven.
En, hoe gek het ook klinkt, dát moesten de mensen óók weer zelf betalen. De mensen van de fabrieken zeiden dat zij al zorgden dat iedereen te eten kreeg, dan moesten de bazen van het land maar zorgen dat de mensen gezond bleven en de natuur en de omgeving fris en fruitig zouden zijn. De bazen van het land deden dat, ze haalden bij alle mensen geld op zodat er genoeg was om alles weer goed te maken.
De mensen van de samen-winkel konden het niet meer aanzien. Ze vonden het oneerlijk, want waarom betaalden die fabrieksdirecteuren dat niet allemaal gewoon zelf? Zij hadden toch heel veel geld verdiend en het was toch hun schuld dat de mensen nu zoveel ongezonde dingen aten die ook nog eens zo slecht waren voor de bloemetjes en de bijtjes?
Het klopte gewoon niet, want de boeren van de samen-winkel deden ondertussen zo hun best om gezonde dingen te maken voor de mensen. En tegelijkertijd deden ze veel extra dingen zodat alles wat groeit en bloeit bleef bestaan. En zij betaalden al die extra dingen gewoon zelf. Daarom waren hun boodschappen dus duurder en kon bijna niemand die betalen.
Het kon zo niet langer. Dus besloten ze niet alleen zelf boodschappen te blijven doen zoals ze al deden, maar ze zorgden ook voor aandacht bij die belangrijke mensen in ons land: de ministers, de burgemeesters, de hoge ambtenaren. Iedereen die maar iets te vertellen had zouden ze laten weten hoe het zat.
Ze rammelden daarom aan poorten dat het een lieve lust was. Maar ook al rammelden ze nog zo hard, er kwamen nauwelijks reacties. Ze werden er haast moedeloos van maar bleven toch doorgaan.
Toen uiteindelijk iemand, die toch wel gek werd van het gerammel, heel goed had gerekend, de uitkomst had opgeschreven en had laten zien aan de allerhoogste bazen, veranderde plotseling alles!
Het bleek namelijk echt veel handiger te zijn om gezonde boodschappen goedkoper te maken dan om de hoge kosten te blijven betalen die om de hoek komen kijken als de mensen de goedkope boodschappen uit een fabriek bleven kopen.
Voortaan zouden alle belangrijke mensen in het land zorgen dat de gezonde boodschappen spotgoedkoop werden en de vervuilende ongezonde boodschappen peperduur. De boeren hielden een klein deel van hun varkens, kippen, koeien, schapen en geiten en maakte meer en meer ruimte voor graan, aardappelen, groenten, noten, kruiden, peulvruchten en fruit.
Toen iedereen weer gezond en met het seizoen mee ging eten, zag je hoe de natuur zich als vanzelf herstelde en bleef de omgeving weer schoon.
De grote vervuilende fabrieken verdwenen, want die hadden geen klanten meer. Dat was eerst even jammer voor de mensen die er werkten, maar al snel vonden die leuk nieuw werk op al die boerderijen en in die samen-winkels. Daar was ook nog eens veel tijd en aandacht voor de mensen onder elkaar. Hier had iedereen naar gesnakt. Het was weer echt heel erg gezellig! Zelfs de oude directeuren, die natuurlijk eerst boos waren dat hun fabriek moest sluiten, waren blij. Ook zij mochten leuk nieuw werk doen en genoten van de gezonde boodschappen. Niemand was meer boos op ze, want eind goed al goed.
En ze leefden nog lang en gelukkig.
Het jochie was tevreden met het sprookje dat goed was afgelopen en ging weer voetballen. Zijn ouders zeiden: ‘wie het aan een kind kan uitleggen heeft het begrepen. Wat erg hè dat het niet in het echt zo gaat.’
En dat is zo. Want het is eigenlijk heel simpel.
We kunnen het niet van onderop helemaal veranderen, maar we kunnen er wel beginnen. Dus ook al is dit poging nummer zoveel; nog één keer zetten we onze schouders eronder om die samen-winkels te laten ontstaan.
Het verschil met de eerdere pogingen is dat we nu ook streven naar toevoeging van publiek geld zodat we een werkelijke substantiële bijdrage kunnen leveren aan de voedseltransitie. Geen ‘sympathiek initiatief’ meer zijn maar een volwassen back-up voor het vastgelopen systeem dat radicaal anders ingericht moet worden.
Natuurlijk ligt het allemaal complexer dan het sprookje vertelt. Maar toch, de kern is wel zo simpel.
Dus doe je mee?
Stuur mij een bericht met welke rol jij wilt vervullen, vrijwilliger, klant, mede-eigenaar, leverancier of een combinatie?