De telefoon gaat. Ik zeg mijn naam en ik hoor aan de andere kant van de lijn: “Hallo, met Tinalda. Ik vond jullie op Google… Hebben jullie toevallig ook spitskool?”
Er ontsnapt me ongewild een zucht. Ik ben al maanden, met tussenpozen hoor, bezig om de stichting geverifieerd te krijgen, zodat ik kan aanpassen dat ik niet langer een winkeltje in de Blokhuispoort heb. Waarom dat opeens moet? Ik heb geen idee, ik heb dat account al jaren en plots moet ik mezelf verifiëren om er iets te wijzigen. Maar goed, daar gaat dit verhaal niet over… Of wel, want ironisch genoeg werden we hierdoor juist nog wel gevonden…
Dus naast van de frustratie gebeurde er ook iets anders. Iemand belt met een vraag over een spitskool die kennelijk op het moment nergens anders in de bio-winkels in de stad te vinden is. Ik opper: “Vrijdag op de markt misschien?” “Of bij de dorpstuin?”
“De eerste optie duurt te lang, de tweede ga is zo proberen! Ik heb het namelijk nodig tegen een kneuzing. ”
“O,” zeg ik, “maar dan kun je ook een witte kool kiezen.”
Het wordt even stil aan de andere kant. “Je bent sowieso de eerste die mij alternatieven geeft én die begrijpt wat ik bedoel. Dat je gekneusde koolbladeren kunt gebruiken tegen de gevolgen van een kneuzing bedoel ik.”
Het schijnt inderdaad zo te zijn dat geneusde koolbladeren stoffen vrijgeven die de zwelling doen afnemen en iets ontstekingsremmend te bieden hebben. Hoe het precies zit weet ik niet, maar ik weet dat het kan werken.
We babbelen nog even door en ik hoor de achtergrond van haar vraag verder aan. Wat een pech had ze gehad…
Bij het beëindigen van het gesprek wensen elkaar succes: ik haar dus met het voorspoedig herstel, zij mij de terugkeer van de winkel. Ze stelt vast: “het is jammer van de kool die je mij nu niet kunt verkopen, maar dat is nog maar het halve verhaal. Het is vooral jammer dat je de aandacht die je mij nu geeft niet weer veel vaker kunt geven aan mensen. Volgens mij is vooral aan die aandacht behoefte op het moment.”
Een beetje beduusd van het mooie compliment hang ik weer op. Want dit was weer zo’n voorbeeld van hoe het in mijn ogen hoort te gaan, zoals ik het voor me zie in de toekomstige winkesl: iemand met een vraag, even doorpraten, tips geven en alternatieven aandragen als je zelf niet kunt helpen, en vooral elkaar even écht horen.
Wat wil ik dat graag weer doen, op nog veel grotere schaal dan ik al deed. Want dit, zo’n gesprek, dáár gaat het in deze onveilige en onzekere tijden allemaal om. Er zijn plekken nodig waar mensen vragen kunnen blijven stellen en langskomen om de dingen van hun dag te delen. En dat je er dan ook nog gelijk je boodschappen doet? Ik zei het altijd al: die boodschappen zijn bijzaak. De aandacht voor elkaar op een veilige plek, dat is waar het echt om gaat.
Als ik hopelijk ooit weer mijn eigen Google-account kan beheren omdat ze geloven dat ik ben wie ik ben dan moet ik misschien maar aangeven op Google dat je bij mij altijd welkom bent aan de keukentafel voor een kopje thee of koffie?
En als we het voor elkaar krijgen om toch weer winkels te openen? Dan moeten er zeker ook weer keukentafels in met fijne stoelen er omheen!