Gemeenten en provincies kunnen hierin nu alvast laten zien hoe het werkt: door het beschikbare geld niet te laten weglekken in losse incidentele initiatieven, maar het te laten stromen naar professionals die niet werken voor winst, maar voor het maatschappelijke doel.
Als de kaders helder zijn, is er meer dan genoeg ondernemerschap om het in te vullen. En ook genoeg draagvlak in de samenleving. Mensen willen wel zolang het past binnen hun portemonnee.
Dus overheid: help daarbij. Niet alleen omdat het kan, maar omdat de urgentie hoog is.
Torenhoog.
Waarom concreet werken het enige is wat mij overeind houdt
Vorige week schreef ik al een blog ter voorbereiding op deze nieuwsbrief.
Dat ging moeizaam. Ik voelde een knoop in mijn maag.
Ik wilde netjes én glashelder formuleren wat er in mij leeft… Ik kwam er maar niet uit…
Dus dan maar plompverloren: ik ben gestopt als kartrekker bij de burgerbeweging Ons Eten in Groningen.
Ik kom zelf tot bloei bij dingen die concreet worden. Die landen in de werkelijkheid, die een structurele plek krijgen in hoe we onze samenleving hebben ingericht. Ons Eten is een burgerbeweging die daar nu nog niet is. Dat is geen verwijt, maar een vaststelling: op dit moment is dat niet mijn plek.
Ik ben van huis uit sociaal-cultureel werker. Opgeleid om duurzame verandering voor groepen mensen te realiseren. Om richting te geven dus. Soms voorzichtig sturend, en ja, soms ook keihard directief, als iedereen dreigt vast te lopen op een ramkoers.
Meestal doe je dat binnen een welzijnsorganisatie, ik doe dat in mijn sociale onderneming. Want het werk dat ik met Jouw Dagelijkse Kost doe, heeft daar verdacht veel mee te maken. Het complete winkelconcept is en blijft het ding waar ik me hard voor wil maken omdat het er toe doet. Mensen hebben recht op eerlijk en gezond eten. Maar hoe dan?
Het ironische is dat juist door een gesprek dat ik voor Ons Eten voerde over een mogelijke relatief kleine subsidie (waarvoor zij niet in aanmerking bleken te komen vanwege het niet structurele karakter), de deur juist openging om die subsidie te gebruiken voor het herverkennen van het winkelconcept. Dan kom ik uiteraard even in gewetensnood. Is dit wel eerlijk? Pleeg ik een coupe?
Maar nee, het is realistisch, het was een heldere spiegel dat ik mijn talent echt beter op een andere plek kan inzetten. Het zou juist heel zonde zijn om deze kans te laten lopen. Zelfs voor Ons Eten want zij hebben veel meer kans om een heldere richting aan te geven als er een concreet iets is waarnaar ze structureel kunnen verwijzen. Althans, zo kijk ik er naar. 😉
Iemand zei laatst:
“Een winkel als Jouw Dagelijkse Kost is eigenlijk het vlaggenschip van de biologische korte keten.”
Ja. Dat dus. 😉 En die winkel mag van mij gerust een andere naam hebben hoor, het gaat niet om de naam, wel om het idee:
- Een echte winkel,
- met echte producten,
- van echte boeren,
- voor echte klanten.
- Niet af en toe.
- Niet tijdelijk.
- Maar week na week,
- jaar in jaar uit.
En wat zou ik dat graag aanpakken met een online variant zoals De Streekboer was (of weer kan worden?) naast ons. Daar wil ik knetterhard voor werken. Met het snot voor ogen als het moet, als het maar lukt.
Maar dat het niet vanzelf gaat, zien we deze week opnieuw. Want De Streekboer is nu echt failliet… Geen verrassing, wel een feit en heel verdrietig dat het niet gelukt is een gezond verdienmodel op te zetten ondanks de enorme inspanningen die zijn gedaan.
We hebben het hier al vaak over gehad: het verdienmodel heeft geen eerlijke kans. Landbouwsubsidies gaan nog steeds grotendeels naar grootschalige, chemisch ondersteunde productie. Niet naar de boeren die werken met biodiversiteit, bodemopbouw en eerlijke prijzen.
Een eerlijke, gezonde korte voedselketen: het kan echt alleen als er structureel geld komt om duurzaam geproduceerd voedsel bereikbaar te maken.
Er is geen extra geld nodig. Het geld dat nu in de agro-industrie omgaat, moet anders gaan stromen. Richting agro-ecologische boeren. Vaak biologisch, soms Demeter, soms niet gecertificeerd maar wél zonder chemie en kunstmest, ingebed in een gemeenschap die hen ondersteunt.
Dat vraagt twee dingen tegelijk:
- blijven dóén
- én blijven rammelen aan de politieke poorten.
Dat laatste is net zo essentieel als het praktische werk. Want in het pluche worden de kaders gezet. Daar is moed nodig om koers te veranderen, niet impulsief, maar met visie en richting, zodat boeren weten waar ze op kunnen bouwen en hoe ze al dan niet moeten investeren.
Het móét vanuit die laag geregeld worden. Niet met versnipperde potjes om vinkjes te zetten bij “groene doelen”, maar met structureel beleid, landelijk en Europees.
Gemeenten en provincies kunnen hierin nu alvast laten zien hoe het werkt: door het beschikbare geld niet te laten weglekken in losse incidentele initiatieven, maar het te laten stromen naar professionals die niet werken voor winst, maar voor het maatschappelijke doel.
Als de kaders helder zijn, is er meer dan genoeg ondernemerschap om het in te vullen. En ook genoeg draagvlak in de samenleving. Mensen willen wel zolang het past binnen hun portemonnee.
Dus overheid: help daarbij. Niet alleen omdat het kan, maar omdat de urgentie hoog is.
Torenhoog.
Daarom vraag ik me hier maar eens hardop af: Moet Oogst van Groningen, zij mogen een substantieel budget verdelen, niet gewoon de reddende engel zijn om de eerlijke, gezonde en echt duurzame korte keten beter te laten werken????
Ik zie zoveel opties met dat geld. Ik zal toch eens een plannetje schrijven denk ik, niet alleen voor fysieke winkels, maar ook voor een online winkel ernaast. Niet dat ik dat allemaal zelf wil hoor, zeker niet, samen met de anderen waarvan ik weet dat we op elkaar kunnen bouwen omdat we allemaal niet lullen maar poetsen. Dat weet je wel van elkaar als je al jaren met elkaar optrekt. We weten precies wat we aan elkaar hebben.
We laten toch niet wegglippen wat er al was…?